Over waarom bioresonantie niet in het wetenschappelijke plaatje past – en waarom dat juist de kracht is.
In de praktijk vallen de reacties op bioresonantie grofweg in drie categorieën. Ook artsen kun je hier trouwens in kwijt.
A: De Ontvankelijken
Zij staan ervoor open, zijn dankbaar en hebben geen argwaan. Ze vertrouwen op de behandelaar als persoon en op de methodes die worden toegepast. Overtuigen is niet nodig.
B: De Welwillende Scepticus
Ik vermoed dat dit de grootste groep is. Zij denken zelf na, vormen hun eigen mening en komen met een gezonde dosis scepsis binnen. Maar ze zijn bereid te kijken. En het mooie is: door de apparatuur in gebruik te zien en de rapporten te lezen, raken ze vaak vanzelf overtuigd. Voor deze groep is het belangrijk dat aannemelijk wordt gemaakt dat het kán werken.
C: De Orthodoxen
Mensen die er niet in willen (of kúnnen) geloven. Ze wijken niet af van het test-retest paradigma. Ze zijn niet te overtuigen van het gebruik van bioresonantie, omdat hun referentiekader het simpelweg niet toelaat. Dit terwijl de resultaten in de praktijk erg overtuigend zijn.
Hoe kan het dat iets wat in de praktijk zo duidelijk werkt, door de medische wereld met zoveel argwaan wordt bekeken?
De reden dat categorie C, de orthodexen, en de medische wereld zo hardnekkig zijn in hun acceptatie, ligt in drie fundamentele punten waarop bioresonantie schuurt met het huidige wetenschappelijke paradigma.
1. "De meetprincipes zijn niet aangetoond."
Hier zit een misverstand. Resonantie is theoretisch helemaal niet vergezocht; het is solide natuurkunde. Er worden frequenties gestuurd en materie resoneert hier het sterktst mee op hun specifieke resonantiefrequentie. De apparaten luisteren naar deze respons en zo krijgen we een beeld van de toestand van het lichaam. De grootste uitdaging is het wegwerken van de ruis in de meting. Daarin zijn enorme wiskundige en natuurkundige ontwikkelingen geweest. Daarnaast spelen biofotonen en het 'lokale bewustzijn' in het lichaam een belangrijke rol. Op deze gebieden staat de wetenschap nog in de kinderschoenen, terwijl de technologie al veel verder is.
2. "De resultaten zijn niet reproduceerbaar."
De geneeskunde zoals we die hier kennen kijkt vooral naar het fysieke lichaam. Met bioresonantie meet je de subtiele toestand van die materie. De apparatuur is zó gevoelig dat het geringe veranderingen in frequentie detecteert – inclusief de invloed van emoties die deze frequenties in het lichaam beïnvloeden.
Reproduceerbaarheid is een logische eis voor dode materie. Een bal die je tien keer laat vallen, geeft tien keer dezelfde meting. Maar een mens is elk moment een nieuw mens. Je kunt niet tweemaal dezelfde mens meten. De eis van exacte herhaalbaarheid is daarom achterhaald als het om een levend systeem gaat.
3. "Er zijn geen solide studies."
"Solide" wordt hier bedoeld binnen het oude paradigma. En dat klopt. In dat paradigma past bioresonantie niet. De wetenschap begint dit fenomeen pas net te begrijpen en loopt hier achter de praktijk. Pas wanneer er een paradigma-verschuiving komt, kan er algemene acceptatie volgen.
Een van de krachtigste eigenschappen van apparatuur zoals de EWS Biophilia en de Meta Hunter is dat het 'Early Warning Systemen' zijn. De apparaten meten de disbalansen voordat ze medisch aantoonbaar zijn of symptomen geven.
Het apparaat vindt ziektebeelden voordat een arts ze kán vinden. Er zijn gradaties in de metingen: gemanifesteerde aandoeningen worden gemeten, maar ook niet-gemanifesteerde (vaak met lagere waarden). Dat een machine een disbalans vindt, betekent dus lang niet altijd dat er sprake is van een actieve, zichtbare ziekte.
Wat het wel betekent is dat er vaak ingegrepen kan worden en gerichte adviezen mogelijk zijn voor bijvoorbeeld leefstijl/dieet om ziekte te voorkomen.
Wat dit ook betekent is dat het wetenschappelijk aantonen van de werking lastiger is. Hoe bewijs je dat iemand over vijf jaar iets ontwikkelt, terwijl hij nú gezond is?
Nog moeilijker: hoe bewijs je dat iemand een ziekte zou hebben ontwikkeld in de huidige leefstijl, maar dat door interventie deze ziekte is voorkomen?
Ik zie de rapporten, ik herken de personen erin terug en ik zie de effecten van de interventies. Soms meer, soms minder succesvol. In het begin voelt dit alsof er magie aan het werk is, omdat het verder gaat dan de zorg die we gewend zijn.
Ik wacht niet op de wetenschap. Maar maak dankbaar gebruik van wat deze technologie ons te bieden heeft.